In de zon, op het balkon met…

Hoewel ik mijn examen viticulture netjes ingekopt heb, geef ik toe dat het me in de praktijk op agrarisch gebied een stuk minder florissant afgaat. Geen groene vingers, op zijn zachts gezegd. Zo kostte het me ¾ jaar om erachter te komen dat de bamboe die op mijn balkon stond nep was en heb ik eigenhandig mijn geliefde cactus een koppie kleiner gemaakt. Inderdaad, als je al niet eens een cactus kan houden…

Maar na een paar mooie weekendjes, begon het toch weer te kriebelen – en dan bedoel ik in dit geval niet de hooikoorts. Met een flinke dosis overmoed stond ik bij de bloemist, om een paar gemakkelijke planten te scoren. Je weet wel, iets met bloemen dat tegen zon, wind en het frequent ‘oeps, vergeten water te geven’ kan. Maar dan zie ik in mijn ooghoeken een bekende plant, wat met mijn beperkte plantenkennis kan ik je verzekeren een unicum is. En zo geschiedde het…

Vanaf heden ben ik trotse eigenaar van mijn eigen Vitis Vinifera. Roepnaam Vits. Een Vitis wattus?! Een wijnrank. Zo’n klimplant die flink om zich heen grijpt en overal omheen kronkelt. Ze zeggen dat onkruid niet vergaat… hierbij de challenge accepted.

Of ik mijn eigen Amsterdamse wijn ga maken? Mocht ik al die illusie hebben (laten we eerst op druiven hopen), dan hielp mijn bloemiste me al gauw uit mijn droom. Op zijn lekker Amsterdams: “Tja, ze zijn geschikt voor consumptie, zeggen ze, maar dan betekent nog niet dat ze te vreten zijn”. You’ve got to love de eerlijkheid van de Jordanezen.

En al had ik druiven kunnen oogsten en er wijn van willen maken, dan was dat helaas ook niet gelukt. De lieve bloemiste verkocht namelijk geen Pinot Gris, Muller Thurgau of Regent, wijndruiven die in NL nog wel een kans van slagen maken, nee in mijn plantenbak staat een variant die zich onder de categorie ‘tafeldruiven’ mag scharen.

Het verschil? De druiven die je in de supermarkt vindt, zijn gemaakt om lekker op te eten, dus ze zijn groot, met veel vruchtvlees, dunne schilletjes en dikwijls pitloos. De wijndruiven zijn dan misschien wel zoeter en sappiger, verder zijn ze een stuk minder aangenaam om op te peuzelen. Ze zijn zuurder, hebben bittere pitten en stugge schilletjes. Perfect voor een mooi complex glas.

Verder heeft mijn Vits wel de stoere uitstraling van een echte wijnstok, hij is zelfs geënt! In de wijnbouw zijn ze begonnen met enten, nadat aan het eind van de negentiende eeuw de uit Amerika ‘overgevlogen’ druifluis zich tegoed deed aan de wortels van de Europese Vitis Vinifera, met desastreuse gevolgen: zo’n drie kwart van alle Europese wijngaarden ging verloren!

Om de Phylloxera geen kans te geven plaatsen ze nu de bovenkant van een Vitis Vinifera op de wortels van een druivenras wat wel bestand is tegen deze aggresieve druifluis. Nu verwacht ik niet dat dit beestje op mijn balkonnetje huist, maar zo’n knot in het midden bedekt met kaarsvet (daar waar de twee planten bij elkaar komen) maakt het toch wel net echt…

Als je een wijnrank als Vits flink te eten en drinken geeft, dan groeit ie normaliter als een dolle. Om goede, geconcentreerde druiven te krijgen, gaat het in de wijnbouw juist niet zo zeer om het vetmesten van de plant, maar om het doseren. Een niet zo vruchtbare bodem of lichte stress dankzij beperkte hoeveelheid regen kan het verschil maken tussen een huiswijn en een glas waar je echt blij van wordt.

Geen vruchtbare grond, niet teveel water? Er is dus hoop! Met een glas wijn in mijn hand aanschouw ik mijn experiment en droom weg… Over 35 jaar mijn eigen wijngaard misschien?

Cheers!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s